Handle with care
Aan de bar van het hotel waar wij zijn met de leiderschapstraining vertelt ze lachend dat zij altijd met het licht aan slaapt. Ja natuurlijk ook deze week hier in het hotel. Altijd en overal, dat zei ze toch.
Vroeger als haar vader dronken thuis kwam werd zij door hem flink geslagen. Dàt was niet altijd natuurlijk. Haar moeder vluchtte met haar en haar broertje naar blijf-van-mijn-lijfhuizen. Wij mogen dit best van haar weten: haar verleden is geen geheim. Ze snapt wel dat wij het vreemd vinden dat zij op haar achtentwintigste nog altijd bang is in het donker. Ze vindt het ook nogal kinderachtig van zichzelf. Ze vraagt ons niet wat wij ervan vinden. Aan het einde een tik weten is ook een vorm van houvast.
Ze doet mee aan de training om te leren omgaan met conflicten op haar werk. Haar collega’s en leidinggevende vinden dat zij te conflict-mijdend is. Of ik haar dus wil leren zich wat vaker uit te spreken en duidelijker positie in te nemen. Mensen vinden haar ongrijpbaar. Wat zij daar zelf van vindt?
Op spannende momenten tijdens de training in onze groep verdwijnt ze. Ze verlaat letterlijk even de zaal of zij houdt zich op haar stoel gedeisd tot het ongemak voorbij is. Haar erbij betrekken vraagt subtiliteit. Het stoort haar zichtbaar als iemand van ons vraagt naar haar mening over wat er gebeurt. Ze vindt het wat overdreven: laat haar maar liever met rust.
Het vraagt iets anders om haar te ontmoeten. Ik vraag haar of zij misschien moet leren geloven dat het oké is dat zij er níet steeds met haar aandacht bij is. Wenkbrauwen worden gefronst en neuzen worden opgetrokken: dàt lijkt sommigen op zijn minst wat tegenstrijdig. Daar komt zij toch niet voor?! Ze moet toch juist leren hoe zij méér haar betrokkenheid toont?
Ik verbind mijn idee aan hoe zij van huis uit gewend is aan het waakzaam en verantwoordelijk zijn. Voelt zij zich hier bij ons betrokken bij wat wij aan het doen zijn? Ze veert op. “Ja wat dacht je?! Ik voel me overal verantwoordelijk voor! Ik weet alleen niet waar ik hier moet beginnen. In mijn hoofd voer ik hele gesprekken. Dit hier met jullie kost mij bakken energie, net als in mijn dagelijkse praktijk! Ik spoor mijzelf aan dat ik mijn mond open moet doen, maar ik weet niet wanneer en hoe. Het is bij mij alles of niets. Het idee alleen al dat iemand anders het even overneemt lijkt me heerlijk.”
Gedeelde verantwoordelijkheid geeft haar lucht. Weten dat zij niet voor alles en iedereen hoeft zorg te dragen is voor haar essentieel. Zij wil zelf haar moment bepalen bij de belangrijke zaken die in de groep voorbij komen. Maar wanneer is het écht belangrijk? Dat vindt zij moeilijk te bepalen. Dus zij houdt zich liever stil, dan kan er in ieder geval niets mis gaan.
Ze vindt het wel weer stom natuurlijk dat dit voor haar zo ingewikkeld werkt. De schuddende hoofden over of dat stom is ontgaan haar. Voor het vinden van een ander perspectief moet zij eerst ervaren dat de tik uitblijft. Zelfs die ene tik die zij zichzelf uitdeelt. Juist die ene.
“Weet je, ik denk uiteindelijk dat het niet uitmaakt wat ik vind.” Ze kijkt me aan en slikt. Ze hoort het zichzelf zeggen.
Ooit had zij weinig invloed op wat er gebeurde. Deze ervaringen werken hardnekkig door in het heden. Ze heeft moed nodig te zeggen wat haar niet bevalt en kan moeilijk geloven dat er mensen zijn die stoppen met wat zij niet wil. Zij heeft niet geleerd te begrenzen, omdat het ooit geen zin had. Haar besluit dat zij dat niet kan zet zij nog steeds overal tussenin. Zij begint er niet meer aan. In haar eigen hoofd heeft zij meestal gelijk en zo krijgt niemand een herkansing.
Ik zie mensen om haar heen instemmend knikken tijdens haar verhaal. Zij kijkt strak naar mij, dus ik vraag haar om zich heen te kijken. Naar de anderen. “Ik ken dit ook”, zegt iemand, als zij elkaar aankijken. Zij is niet alleen en ze is de enige niet. Het kost haar moeite. Ze is er zo lang van overtuigd geweest dat zij de enige is die hiermee worstelt. Ze kan het zich moeilijk voorstellen dat anderen dit kennen. Of haar begrijpen.
“Stop beating yourself up”, zegt de man naast haar. Haar ogen vullen zich met tranen.
Steeds vaker meldt zij zich de dagen erna. Ze ervaart hoeveel energie het haar geeft uit te spreken wat zij nodig heeft. Het maakt niet eens uit of de anderen het haar kunnen geven of niet. Als zij om te beginnen zichzelf maar hoort. Verstoppen is geen optie meer: ze begrenst en maakt hardop andere besluiten. Anderen houden zich stil en ze houden hun adem in. Haar lach werkt ontwapenend. Haar groepsgenoten dagen haar uit. Hun voorzichtigheid maakt plaats voor zorgvuldigheid.
De laatste nacht slaapt zij door. Haar afronding met haar plan van aanpak voor de toekomst ontroert. Haar beslistheid is ingelijfd: bij deze tijdelijke teamleden heeft zij zonder twijfel draagvlak. De dagelijkse collega’s mogen zich verheugen op deze duidelijke versie van haar.
Bij het afscheid zeg ik haar dat ik de eerste dagen bij wijze van spreken een sticker met Handle with care op haar had willen plakken. Ze schrikt zichtbaar en ik daardoor ook. Is mijn opmerking voor haar too much? Ze bukt zich naar haar tas en haalt er een feloranje sticker uit. “Dit geloof je toch niet? Deze draag ik al jaren bij mij!”. Er staat Handle with care op de sticker. Bedoeld voor op breekbare zaken. Ik geloof mijn ogen niet. Lachend haalt zij haar schouders op. “Bizar toeval hè. Laten we hier maar niet teveel betekenis aan geven. Cadeautje!” Ze drukt de sticker in mijn hand en loopt naar de deur. Ze zwaait nog even.
Besluiten over onszelf en anderen bepalen iedere dag hoe wij ons tot elkaar verhouden. The quietest people have the loudest minds.
Dit artikel is ook op LinkedIn gepubliceerd.





