Leiderschap bij verandertrajecten


Je mag kiezen of je deelt

‘Samen spelen, samen delen!’ Je bent vier en hoort dat de juf het meent. Die gekleurde stoffen bal is van álle kindjes, niet om op te zitten en het is véél leuker als Joep en jij ermee overgooien. Ja, goed zo.

‘Samen werken, samen delen! Je bent vierendertig en je collega’s kijken je afwachtend aan. Je persoonlijke mening over de samenwerking is hier als net verworven speelgoed. Voor jezelf houden is geen optie. Het uitspreken levert je tijdens de feedbackronde de kaartjes transparant en betrouwbaar op. Ja, goed zo.

Je bent vooral alert en op je hoede als de sfeer zo overwegend positief is.

Samen is de norm en transparantie het streven. Op deze teamdagen met je collega’s is het de bedoeling dat je déélt. De samenwerking kan altijd beter. Dat bereik je door open en eerlijk te zijn. Toch?

Na nóg zo’n openhartige bekentenis van een collega staat het water je met de stijgende onderstroom aan de lippen. Angela heeft ‘eindelijk eens precies verteld wat haar dwars zit’. Haar ‘benoemen van man en paard’ wordt aangemoedigd.

Deze lastenverschuiving lijkt jou niet meteen winst. Robert heeft de last van Angela er nu toch bijgekregen?

Van het uitspreken van onvrede word je onrustig. Voor jou hoeft dit allemaal niet zo.

Kwetsbare zaken. Het delen van kwetsbare persoonlijke inhoud is bij teamsessies een graag gezien middel. Kwetsbaarheid gaat over dat je geraakt wordt in iets wezenlijks. Je begrijpt elkaar vaak beter als je wat meer verhaal krijgt over waar iemand vandaan komt. De kracht van kwetsbaarheid heet dat dan.

Van elkaar weten waarin je kwetsbaar bent en waarom, werkt niet alléén maar verrijkend en verhelderend.

Kiezen wat je deelt. Mensen hebben verschillende behoeftes in nabijheid en afstand. Het werkt daarom ook om voordat je deelt, bewust te kiezen of het nodig is. Met elkaar, of op zijn minst voor jezelf. Kwetsbaarheid tonen is een middel, geen doel. Kwetsbaarheid begrenzen en doseren zijn daarnaast óók essentiële middelen.

Kiezen of je deelt. In het heetst van de strijd of de euforie wordt regelmatig ook te véél uitgewisseld. Wat eenmaal gedeeld is kan je niet terugdraaien. En dat geldt twee kanten op. Je weet nu bijvoorbeeld iets van een collega wat je liever niet had geweten. Of je hebt zelf in vol vertrouwen openheid van zaken gegeven en hebt daar achteraf toch schaamte over. Of spijt van. Dit bedoel ik niet als dreigement, maar als iets waarvan je je bewuster kunt zijn.

Moed is ook: iets níet doen. Dat wat kwetsbaar voor je is, is dat niet voor niets. Je mag ervoor kiezen om niet opnieuw geraakt te worden in iets spannends. Dat risico niet te willen nemen. Juist omdat je weet dat iets je hoog zit. Jouw zelfbehoud in de setting als behoefte naast die van transparantie van de ander. Je scepsis is dan een betrouwbare raadgever. Je hebt er vast je redenen voor.

Onder enthousiaste groepsdruk kan het hard werken zijn om niet te delen.

Kiezen met wie je deelt. Het is psychologisch veiliger als er ook grenzen mogen zijn aan openheid: het recht om dingen voor jezelf te houden. Bouw die escape-mogelijkheid in. Je mag ook een voorkeur hebben met wie je deelt: bijvoorbeeld niet met mensen die je dagelijks ziet, of niet met alle aanwezigen. Niet vandaag. Of gewoon niet nu.

Sturen op transparantie versterkt soms juist het gevoel van onveiligheid. Sommige mensen missen dan de grenzen en de kaders die hen houvast geven. Juist ook als er onderlinge afhankelijkheden bestaan, is dit aan de orde. Hoe harder je de afhankelijkheid of verschillen ontkent, hoe onveiliger dat vaak ervaren wordt. Veel leidinggevenden onderschatten hoe medewerkers zich juist schrap zetten als zij de afhankelijkheid ontkennen. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘Ik ben wel je leidinggevende, maar hier op deze dagen moet je alles tegen mij kunnen zeggen. Wat hier gezegd wordt, blijft binnen deze muren.’

Delen heeft vaak een positievere associatie dan de dingen voor jezelf houden. Samen verdient over het algemeen de voorkeur boven alleen. En als iemand je iets vraagt, hoor je antwoord te geven. Deze overtuigingen maken het je lastig om in relatie met anderen de minder sociaal wenselijke keuzes te maken. Doe het toch maar eens.

Meer transparantie betekent niet vanzelfsprekend beter zicht.